I don't have to be anything great for you,
no miracles I need to see,
but I can be small for you.
and silence is enough to relax.
(Michael Steehouder)

It was in this trust that our beloved sister, sister and aunt died today.

Zuster Francis
 
 
 
 
Sister Francis
born Catharina Miezenbeek
Franciscan of Aerdenhout
 
Born on 16 September 1937 in Haarlem
Died on 19. February 2019 to Aerdenhout
 
 
 

She was for 54 years a member of our Congregation.

              

Overweging voor zr. Francis                  

Van elke nood ben ik bevrijd.
Niets groots hoef ik te zijn voor jou.

 

Twee zinnen: de eerste uit psalm 23 en de andere uit de tekst op haar rouwkaart. Twee zinnen die er uitspringen als ik terugkijk naar het leven van zr. Francis.

Van elk nood ben ik bevrijd: bevrijd van de ademnood die de laatste fase van haar leven kenmerkte, bevrijd van de angst voor benauwenis. Niets groots hoef ik te zijn voor jou: en dat niet alleen vanwege haar kleine en frêle gestalte maar omdat het de mens kenmerkte die zij was.

Ze leidde te midden van de gemeenschap een enigszins teruggetrokken leven en dat paste haar. Als je haar wilde zien en spreken moest je naar háár toe. Meestal zag je dan als je binnenkwam een vriendelijk gezicht met een glimlach. Maar haar vriendelijke gezicht en frêle gestalte lieten onvermoed dat zr. Francis het leven heeft gekend in al zijn grilligheid.

Het evangelie vertelde ons over een storm die opsteekt en over golven zo hoog dat ze over de boot heen slaan en alle opvarenden dreigen te vergaan. Waar het evangelie een storm beschrijft die búiten gaande is, kende zr. Francis die stormen ook. Maar dan van binnen. In de kleine en frêle gestalte van zr. Francis huisden krachten die soms naar buiten braken, over haar heen sloegen en die zij zelf niet de baas was.

Als de leerlingen van Jezus door storm en wind de controle over de boot dreigen te verliezen vraagt Jezus hun: ‘Maar heb je dan geen vertrouwen?’

Als het niét stormt in je leven is het niet zo moeilijk om te vertrouwen maar doe je dat ook nog te mídden van een storm?

Zr. Francis kende angst en was onzeker over wat haar nog te wachten stond. Maar er was ook vertrouwen. Met de woorden van psalm 23: ‘doorheen dood en vernietiging, doorheen angst en onzekerheid, vind ik mijn weg.’ Ze kon dan ook zeggen: ‘Dat wat komt, is goed.’ En ze was blij met dit vertrouwen, ze beschouwde het als een genade. En dan voegde ze daar zo mooi aan toe: ’Onze Lieve Heer vindt dit ook erg’. Ze ervaarde God als betrokken bij haar lijden, Hij stond daar niet buiten.

In haar zoektocht hoe om te gaan met het naderende einde was ook wijsheid. Zr. Francis had ontdekt hoe belangrijk het is om dan niet téveel verwachtingen te hebben Dat maakte dat ze blij kon zijn met kleine dingen en dat ze tevreden kon zijn met het leven zoals het kwam. Genieten van een tochtje naar buiten en van de burenborrel bij zr. Bep waarover ze later zei: ‘ik wist niet dat er zoveel lekkere dingetjes bestonden.’ Ze genoot ervan!

In die laatste periode keek ze vaak terug op haar leven. En ik ontdekte nog een ander verlangen in haar. Er was dat verlangen naar zuivere en pure onschuld. Zr. Francis vertelde met hoeveel plezier ze werkte in het ziekenhuis bij kinderen. Later werd ze verplaatst naar, zoals ze dat noemde, de grote mensenafdeling. Dat vond ze moeilijk en zwaar. Mar ze was thuis bij het pure en onschuldige van kleine mensen. Wellicht een verlangen dat gevoed werd door de grilligheid van het leven dat zij zo goed kende, aangewakkerd door de stormen die in haar konden woeden.

Toen ze wist dat haar einde nabij was, nam ze, zo vertelde ze, in haar hart afscheid van haar dierbaren. Op haar eigen manier: niet openlijk, maar in stilte. En op een morgen, ze zat op de rand van haar bed, vertelde ze mij dat ze een boodschap had ontvangen van zr. Agnes. Zr. Agnes was kort daarvoor overleden en zij had zr. Francis vanaf de overkant laten weten dat ze niet bang hoefde te zijn en dat het daar mooi was. Ik vind dit een prachtig verhaaltje van zusterschap die over de dood heen reikt! En voor de rest, zei zr. Francis, is het in Gods handen. En het is goed, zei ze, dat wij dag noch uur weten.

Ze was op weg naar God, dat wist ze zeker. En zr. Francis vertelde ook hoe zij zich die ontmoeting met God voorstelde. En daarmee kwam iets indrukwekkends aan het licht over hoe zij God zag. Als je naar de hemel gaat, zei ze, dan moet je echt niet denken dat je meteen God ziet, dat is veel te overweldigend. Je komt, zei ze, eerst in een aparte kamer om te acclimatiseren. Wat zij hier uit zegt over God is verwant met de Oudtestamentische vreze des Heren. En dat gaat niet over angst voor God maar over het ontzagwekkende van God. God is teveel om ineens te aanschouwen. En zr. Francis vertaalde dit ontzagwekkende aspect van God in een aparte kamer waar je eerst mag wennen, mag acclimatiseren om je op te maken voor het zien van aangezicht tot aangezicht.

Dat het zo voor haar mag zijn.

Go to top