Wees Gij de zon van mijn bestaan,
  dan kan ik veilig verder gaan,
  totdat ik U zie, o eeuwig Licht
  van aangezicht tot aangezicht.

 In dit vertrouwen is heden overleden onze beminde medezuster, zus en tante

 

zr Agnes NL

 
 
  Zuster Agnes
 Johanna Theresia
 Franciscanes van Aerdenhout
 
 Geboren 13 maart 1927 te Zwammerdam
 Overleden op 10 november 2018 te Aerdenhout
 Zij was 67 jaar lid van onze Congregatie.
 
 
 
 

Overweging voor zuster Agnes                 

Zuster Agnes had een groot geloof maar hield niet van mooie woorden. Met deze zin werd zij door een medezuster gekarakteriseerd en ik denk dat we haar hier allemaal wel in herkennen! Ze vond de woorden die uitdrukking geven aan ons geloof al snel te groots en te verheven. Met alleen mooie woorden schiet je niet zoveel op, vond ze.

Bij zuster Agnes moest je dan ook niet aankomen met boekengeleerdheid. Als je met haar in gesprek ging over geloven, ging ze onmiddellijk terug naar de bron en oorsprong ervan. En dat was voor haar het gezin waarin ze opgroeide; als zr. Agnes over geloof sprak, dan had ze het over haar vader en moeder. Thuis werd niet zozeer over het geloof gespróken maar het werd geleefd en gedaan. Daarover vertelde ze vaak en veel. En al deze verhalen tezamen gaven een inkijk in de wijze waarop zij in haar jonge jaren gevormd werd. Dat geldt voor één verhaal in het bijzonder. Zr. Agnes maakte mee dat haar vader, ondanks zijn ziekte, doorwerkte terwijl moeder aandrong op vervroegd pensioen. Waarop vader zei: ‘neen, want elk jaar dat ik langer werk, heb jij het beter’. Daarvan zei zr. Agnes: ‘dát onthoud je, dat zegt iets over de wijze waarop je in het leven staat.’ Naast vele andere verhalen, heeft dít verhaal haar gevormd. Geen mooie of moeilijke woorden dus maar een gelééfd geloof. Dat kreeg ze van thuis mee! Het was dan ook geen wonder dat zr. Agnes koos voor een leven als religieuze. Ze had kennis gemaakt met deze congregatie op de naaischool in Bodegraven. Na het vertrek van de laatste twee zusters daar nam u afgelopen zondag als congregatie afscheid van Bodegraven na een werkzaam en vruchtbaar verblijf van maar liefst 143 jaar! Een van de vruchten van uw verblijf in Bodegraven waren roepingen en daar was zr. Agnes er dus een van.

Zr. Agnes had het hart op de tong. Ze was, wat je noemt, recht voor zijn raap en ad rem. Ze kon je lik op stuk geven en had dan soms spijt dat ze haar tong niet beter in bedwang had. Maar ze had ook een groot gevoel voor humor en dat bleef zo tot in die laatste periode van haar leven die voor haar zo moeilijk was: ze kon nauwelijks meer zien, niet meer lopen en had veel pijn. Maar haar eerste opmerking toen ze besloot te stoppen met het innemen van medicijnen was: ‘ nou, dat is dan jammer voor de apotheker want hij leefde zo ongeveer van mij’. Humor was en bleef haar wapen in de strijd. Ze bleef ook, totdat het niet meer ging, trouw aan de gemeenschap. Als het even kon was ze bij de koffie en de thee en in de kapel voor het brevier. Ze was zoals ze zelf zei, gelukkig in haar bestaan als religieuze en met haar handen heeft ze vele prachtige dingen mogen maken. Alleen met klagen moest je niet bij haar aankomen en dat leidde soms tot de hilarische situatie dat ze zich ernstig beklaagde over het geklaag van anderen. Zr. Agnes had, zo zei een medezuster, een groot geloof én een groot vertrouwen. Ze hield dan ook van psalm 139. Daarin wordt het vertrouwen verwoord van waaruit zij geleefd heeft. Ze zal zich herkend hebben in de bidder van de psalm die een diep vertrouwen uitspreekt in iets - iemand, de Eeuwige - Ene, die hem door en door kent, tot in zijn nieren toe: ‘De Eeuwige kent mij, doorgrondt mij, doorziet mij, is vertrouwd met mij. Hij is er altijd en overal, in de hemel en in het dodenrijk, van oost tot west, in het duister en in het licht.’ In deze psalm wordt de Ene en Eeuwige ervaren als een onontkoombare nabijheid, die ons doorgrondt en peilt, die beter weet dan wijzelf wat in ons gaande is maar die ons niet oordeelt en veroordeelt. Dit vertrouwen was ook in de laatste periode van het leven van zr. Agnes niet verdwenen. Ze had al tweemaal gedacht dat ze in de hemel was, zo rustig en vredig voelde ze zich, en met deze momenten was ze heel blij. Want twijfel had ze ook gekend: ik weet niet of ik nog zo vol van vertrouwen ben als het zover is, zei ze, misschien ben ik dan wel doodsbang. Maar het was haar gegeven om ook in de laatste periode van haar leven in vrede te zijn. ‘Ik ben niet bang om door de dood op God terug te vallen, omdat ik weet dat het goed is in Hem, in het Grote Leven geborgen te zijn’: Woorden van Jezus die hij sprak tot zijn leerlingen; zr. Agnes zou ze hebben kunnen onderschrijven!

Doodgaan, zei een kind ooit, is je laten vallen in de hoop dat je wordt opgevangen. Je springt a.h.w. in het diepe, met het loslaten van al je zekerheden en met alleen het vertrouwen dat je wordt opgevangen. En dan zegt de psalmist: en we kunnen nooit dieper vallen dan in Gods handen. Zr. Agnes heeft geleefd vanuit vertrouwen en wij vertrouwen erop dat zij nu gevallen is in Gods hand.

Go to top