“Mijn God, Gij peilt mijn hart
en Gij kent mij.”
(Psalm 139)

In overgave en met vertrouwen op de Liefde die haar wacht, is overleden onze geliefde medezuster, zus en tante

zr Leona Hogenboom

 

 Zuster Leona

Alida Maria Hogenboom
Franciscanes van Aerdenhout

 

 

 

Geboren 25 mei 1936 te Roelofarendsveen
Zij was 62 jaar lid van onze Congregatie.

                                                           

Overweging voor zr. Leona

 

In de kleine groep die hier in het Atrium samenkomt om te schilderen, werd afgelopen maandag zr. Léona herdacht. Daarna maakte pastor Wim Al een schilderij dat u hiervoor ziet staan. Twee handen die zich verlangend uitstrekken naar het licht, een verlangen dat bij zr. Léona ongetwijfeld is toegenomen tijdens haar lange en zware ziekteproces. De door haar gekozen psalm 139 verwoordt misschien wel de diepste dimensie van dat verlangen. ‘Voor u’, zegt de psalmist dan, ‘ is de nacht even licht als de dag, de duisternis even stralend als het licht’. Hier heeft de duisternis geen enkele greep meer op het licht. Precies dat verlang je als je in de greep raakt van de duisternis van de naderende dood. En licht is in ieder geval een woord dat bij zr. Léona past. In de door haar gekozen liederen zingen we over aanhoudend licht, veelstemmig licht, vriendelijk licht.

Die lichtheid zat ook in haar persoon. Met een open blik keek ze naar de wereld, vol van interesse in de mensen die zij ontmoette. Je kon over véél met haar praten en haar geboeidheid door het leven vertaalde zich in een diversiteit van werkzaamheden die zij altijd met veel plezier verrichtte. En het was mooi om te zien hoe ze na de dood van zr. Riet op soepele wijze haar weg terug vond naar de gemeenschap. Hoe ze ’s morgens bij de koffie nooit op een vaste plaats zat maar aanschoof bij telkens een ander tafeltje. Het verraadde haar intentie naar de gemeenschap: oog hebben en houden voor het geheel. Terwijl er tegelijkertijd ook sprake was van een zekere distantie; ze zette zich in voor de gemeenschap maar behield ook een kritische reserve; ze was ook op zichzelf.

Toen zr. Riet bijna twee jaar geleden stierf zei ze kort voor haar dood tot zr. Léona: ‘Jij krijgt nu rust en je krijgt nog een hele fijne tijd.’ Maar eerst volgde er voor zr. Léona een intense periode van rouw om de dood van zr. Riet die ze met hart en ziel was toegedaan hoewel hun beider vriendschap voor zr. Léona niet altijd even gemakkelijk was. En die fijne tijd die zr. Riet haar zozeer toewenste, bleek echter veel korter dan ieder had verwacht. Afgelopen maart werd geconstateerd dat ze ongeneeslijk ziek was en al snel raakte ze in een schemergebied en vond niet langer de woorden waar ze soms zo hard naar zocht. En vanuit dat schemergebied, waar haar geest zich kennelijk ophield, kon ze onverwacht en tegendraads reageren waarmee ze het haar naasten niet altijd gemakkelijk maakte. Maar primair was háár lijden en ze heeft lang moeten wachten voordat ze bevrijd werd van haar zieke lichaam.

Zr. Léona koos voor een bestaan als religieuze. Als jong meisje raakte haar leven op natuurlijke wijze verweven met het leven van de zusters in Warmond. Ze werkte er in de huishouding, en leefde mee: met de zusters, met het gebed, in de kapel. Al snel werd ze gevraagd om mee te zingen met het koor want iemand met zo’n prachtige stem laat je niet gaan. Van lieverlee raakte ze vergroeid met de zusters en ze trad in.

Afgelopen week beschreef een van haar medezusters haar als een religieuze zoeker. Om die reden heeft zr. Léona wellicht gekozen voor de lezing uit het evangelie van Johannes. Ze heeft zich mogelijk herkend in de leerlingen van Jezus die in een gesprek met Hem zoeken naar wat waarachtig voedsel is. En waarachtig voedsel, zegt Jezus, is Hij die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld leven geeft. Wat leven geeft aan de wereld is verbonden met wat goed is, met wat waar is en met wat mooi is.

Mensen die nadenken over God zeggen dat wij precies daar sporen van God kunnen vinden: in het goede, het ware en het schone. Zr. Léona hield van schoonheid en de religieuze dimensie van het bestaan was voor haar, denk ik, vooral daarin geworteld. Zo hield ze van muziek en ze gaf met haar mooie stem kleur aan de gemeenschap en met haar stem als instrument kon ze haar religieuze gevoelens uiten. Ze hield van de poëtische taal van de liederen van Oosterhuis, ze hield van liturgie en heeft genoten van de tijd dat ze samen met de zusters van de Engelandlaan gebedsdiensten maakte. Het was de tijd waar ze, zoals ze zelf zei, van liturgische consumenten liturgische producenten werden. Haar gevoel voor schoonheid toonde zich ook in haar liefde voor de natuur . Vaak liep ze hier achter naar de boer, om dicht bij de natuur te zijn en om te kijken naar de schoonheid van de paarden.

Haar gevoel voor schoonheid werd wel ingekaderd door een groot gevoel van precisie. Schoonheid is verbonden met harmonie, met harmonieuze verhoudingen en dat kan ‘uitglijden’ naar precisie, naar het precies willen hebben zoals jij dat wilt en zoals jij denkt dat het hoort. Dat leverde soms spanning op tussen haar en de gemeenschap. En dat kan ook gepaard zijn gegaan met soms een stukje eenzaamheid. Daaraan dacht ik toen een van haar medezusters verwoordde wat voor zr. Léona de kern was van psalm 139. In psalm 139 staan die prachtige zinnen: ‘in mij was niets voor uw ogen verborgen toen ik werd gevormd in het diepste geheim, prachtig gevlochten in de schoot van de aarde.’ Voor zr. Léona was de kern: als een ander jóu niet kent, dan is er altijd Iemand die jou wél kent. Daarachter kán een stukje levenspijn schuil gaan. Maar die levenspijn voedt tegelijkertijd het verlangen dat er ergens Éen is die jou én kent én doorgrondt. Dat het zo mag zijn voor onze zr. Léona: gekend en gedragen door de Éne die wij God noemen.

                                                               
Go to top