“Ik ben de Verrijzenis en het Leven.
Wie in Mij gelooft
zal niet sterven in eeuwigheid.”
(Joh. 11,25)

Heden is na een leven van getrouwe toewijding aan de Heer overleden onze beminde medezuster, zus en tante

Sr Corien Pronk

 

Zuster Corien

Cornelia Maria Pronk
Franciscanes van Aerdenhout

 

 

 

Geboren 4 augustus 1927 te Avenhorn
Zij was 70 jaar lid van onze Congregatie.

                                                           

Overweging voor zr. Corien

 

Als je zuster Corien vroeg waarom ze had gekozen voor een leven als religieuze, dan zei ze dat ze het religieuze al met de geboorte had meegekregen. Zoals je bij het begin van je leven al in het bezit bent van eigenschappen als de kleur van je ogen en je haar, zo kreeg zij dus met de geboorte a.h.w. al een zintuig mee voor het religieuze. Beter dan dat kun je het vanzelfsprekende van het religieus zijn bijna niet uitdrukken. Daarbij kwam dat in de jonge jaren van zr. Corien ( en dat geldt voor de meesten van u) de christelijke traditie nog volop deel uitmaakte van het dagelijks leven. Het doorgeven ervan gebeurde in het gezin en de school en de kerkgang behoorde min of meer tot de dagelijkse routine. Dat werd ook zichtbaar in haar eigen familie; een familie met veel, zoals dat toen zo mooi werd gezegd, tantezusters en heerneven. Het was dan ook niet vreemd dat ze, toen ze begin 20 was, intrad samen met nog twee andere zussen. Drie dus uit één gezin: zr. Corien, zr. Laura en zr. Leonida. En zr. Corien was ook nog een nicht van onze zr. Lamberta naar wie ze veel heeft omgekeken en een achternicht van zr. Margreet de Jong. U proeft de rijkdom van de christelijke cultuur die toen nog een vanzelfsprekend onderdeel was van het bestaan en dat door zr. Corien uitgedrukt werd in de woorden ‘ik heb het religieuze al met de geboorte meegekregen’. En dat is altijd bij haar gebleven. Toen ze in 2016 een beroerte kreeg vroeg de arts in het ziekenhuis: bent u alleen? En toen stak ze als vanzelf haar vinger omhoog, wees naar boven en zei dat Hij altijd met haar is.

Maar in de vele jaren dat zij tot de congregatie behoorde - vorig jaar vierde zr. Corien haar 70 jarig kloosterjubileum - in al die jaren is er veel veranderd. En die veranderingen kon je beluisteren in haar verhaal. Zr. Corien was direct en spontaan en zij kon die veranderingen in één zin samenvatten. Dan zei ze: het klooster is het klooster niet meer. Ongetwijfeld is het klooster nu totaal anders dan het klooster van meer dan 70 jaar geleden toen zij intrad. Maar het boeiende van haar verhaal is hoe zij binnen al die veranderingen haar eigen weg heeft gezocht en gevonden. En ik denk dat die weg het best te omschrijven is als de weg naar binnen. Zo schreef ze in een klein boekje teksten die haar aanspraken en die ze in de loop van haar leven verzamelde. Daaruit las ze en bad ze gedurende de dag. Ze noemde dat mediterend bidden. Dat boekje vormde, samen met de vieringen en het getijdengebed, haar steun en toeverlaat. Hier proeven we denk ik iets van de wijze waarop zij reageerde op alle veranderingen van de afgelopen decennia. Al die veranderingen deden haar een weg naar binnen ontdekken, een innerlijke weg van gebed. Naast het gezamenlijk bidden en vieren, zocht ze zelf naar woorden en teksten die uitdrukking gaven aan haar religieuze gevoel. En ze vertelde over de plek hier in huis waar zij zich ten diepste thuis voelde: en dat was de kapel. Dáár weet ik me, zo zei ze, thuis. Mooi was om te horen hoe zij in haar gebed haar oog gericht hield op de wereld om haar heen. Ze bad voor alle mensen die dakloos waren, voor mensen die verdriet hadden en alleen waren. Ze leed onder het feit dat er zoveel ellende in de wereld is. Ze kon daar niet onverschillig tegenover staan en ze bracht dat alles in haar gebed voor God. Én ze bad voor vrede. Waarom zou vrede niet kunnen, zei ze dan, gewoon allemaal sámen in plaats van tégen elkaar. En als ze dat zei dan dacht ik altijd aan dat grote gezin met 16 kinderen waaruit ze vandaan kwam. Daar moet ze iets geleerd en gezien hebben van allemaal samen met elkaar.

In de leerschool van het leven heeft zr. Corien ook weet gekregen van wat trouw is en gehoorzaamheid. Toen ze intrad wilde ze graag iets doen in de zorg maar ze werd keukenzuster. Dat heeft ze 22 jaar gedaan en dat vond ze, zoals ze zelf zei, vreselijk. Maar ze moet een groot vermogen hebben gehad tot concentratie. Want, zo vertelde ze, als ik dan eenmaal in de keuken was, gaf ik mij volledig aan mijn werk. En dat was haar redding, de reden dat ze het volhield. Trouw en gehoorzaamheid zijn dus twee woorden die zij heeft geleefd en doorleefd; de betekenis van beide woorden moet ze van binnenuit gekend hebben. Maar na 22 jaar had ze ook de moed om op eigen initiatief (!) te vragen om een andere baan en heeft ze nog 17 jaar genoten van haar werk als voedingsassistente in IJmuiden. Na een lang leven, met vele veranderingen in kerk, klooster en wereld, was ze, zoals ze zelf zei, in vrede en harmonie met zichzelf; ze voelde zich van binnen tevreden. In de woorden van psalm 23: “Door dood en vernietiging vind ik mijn weg, angst ken ik niet meer want uw vrede weet ik om mij heen geweven”.

In de laatste periode van haar leven was zij zich aan het voorbereiden op het sterven. Ze bad elke dag om een ‘zalig sterven’ maar ze bad niet alleen voor zichzelf. Ook hier hield ze haar oog op de wereld gericht en bad ze voor allen die die dag zouden sterven. En over leven en dood zei ze dit: ‘je gaat het mysterie in (de geboorte) en je gaat ( bij de dood) uit naar een ander mysterie.

De evangelist Johannes zegt het zo: ik weet dat het goed is in Hem, in het Grote Leven geborgen te zijn. Dat het zo mag zijn voor onze zr. Corien: levend in de geborgenheid van God.

                                                            
Go to top