“Ik worstel en kom Boven”

 

Heden is na een leven van getrouwe toewijding aan de Heer overleden onze beminde medezuster,
zus en tante
 
 
 

 zr Frumentia

Zuster Frumentia

Johanna Hendrika van der Westen
Franciscanes van Aerdenhout

 

Geboren 25 oktober 1923 te Zierikzee
Zij was 75 jaar lid van onze Congregatie.
 

                                                           

 Overweging voor zr. Frumentia

Ik worstel en kom Boven: de zin die staat op de rouwkaart van zr. Frumentia. Het is méér dan een verwijzing naar haar Zeeuwse afkomst. In deze korte zin wordt misschien wel de essentie van haar lange leven weergegeven. Die essentie is dat worstelen en dan vooral met zichzelf.

Haar leven had geen gemakkelijke start. Haar vader overleed op jonge leeftijd en haar moeder (jullie moeder) bleef met – toen- vijf kinderen achter. Zij ging werken als kraamverzorgster, baker zoals dat in die tijd heette. Als kraamverzorgster werd ze ook ’s nachts weggeroepen en als een van de oudste kinderen droeg zr. Frumentia al jong verantwoordelijkheid voor het gezin. Haar moeder (jullie moeder) had het daar moeilijk mee. Zo vertelde zr. Frumentia mij ooit dat haar moeder zichzelf had toevertrouwd aan de heilige Clemens Maria Hofbauer. Ik had nog nooit van hem gehoord maar hij is de patroonheilige voor hopeloze zaken. Dat zegt iets over de wijze waarop zij haar leven ervaarde: een jonge vrouw, in de jaren dertig van de vorige eeuw -een tijd van crisis en zonder sociale voorzieningen - die dag en nacht de kost moest zien te verdienen voor haar jonge kinderen. En haar kinderen had ze toevertrouwd aan een ándere heilige: de H. Aloysius. En zr. Frumentia wist nog wat haar moeder tot hem bad: zorg voor hen, bad ze, want ik kan het niet.

Deze moeilijke start heeft haar mede gevormd, was mede bepalend voor de mens tot wie zij uitgroeide. En zij was, zoals we allemaal weten, niet de gemakkelijkste mens om mee om te gaan: niet voor zichzelf, niet voor anderen. Oude wonden kunnen je een heel leven lang parten spelen. En om die oude pijn groeit dan een korst die je harder maakt dan je in feite bent. De kern van haar worsteling was, denk ik, haar onvermogen om compassie te hebben met zichzelf.

Maar zr. Frumentia had ook een zachtere kant. Als kind maakte ze mee dat haar moeder soms na tien dagen kraamhulp zonder verdiensten thuiskwam omdat mensen niets hadden. Afgezien van wat dit voor het gezin betekende, was zr. Frumentia geraakt door dit ‘pro Deo’ werken. Deze manier van omgaan met mensen en hun situaties was voor haar een belangrijk voorbeeld. En als religieuze heeft zij zich in de meest letterlijke betekenis van het woord in dienst gesteld van het leven: als hoofd van de kraam van Uit ten Bosch en later in haar zorg voor zr. Godelieve en vooral voor zr. Aquiline. Samen met zr. Aquiline heeft zij veel betekend voor de buurt waar ze 40 jaar met elkaar hebben gewoond.

Maar deze goede dingen die zij gedaan heeft konden niet bewerkstelligen dat zr. Frumentia ook met mildheid naar zichzelf kon kijken. Ze bleef vinden dat ze tekortschoot naar u, haar medezusters, en naar God. Maar onder dat gevoel van tekortschieten kon je haar verlangen beluisteren. Onder die gemankeerdheid – en gemankeerd zijn wij allemaal, ieder op onze eigen wijze – lag dat verlangen naar verlossing, naar bevrijding, naar heelheid. Want juist waar uitzicht ontbreekt, is de behoefte aan een vergezicht het grootst. En op het laatst van haar leven heeft zij iets van deze bevrijding mogen ervaren. De dag voor haar dood heeft zij een van haar medezusters laten roepen en gevraagd of ze bij haar wilde blijven. Aanvankelijk had ze te kennen gegeven dat niemand bij haar mocht waken. Maar daar kwam ze dus op terug. En ze vertelde haar medezuster dat God boos op haar was en dat ze zich tegenover Hem leeg en nietig voelde. Waarop haar medezuster tot haar zei dat God juist van deze mensen houdt, dat Hij er juist voor deze mensen is. En toen, op die dag voor haar dood, brak eindelijk dan die bevrijdende glimlach door. En ze is gaan slapen en niet meer wakker geworden. Iets van een vergezicht heeft zij tijdens haar leven nog kunnen ervaren.

Dat vergezicht zet zich door tot over de dood heen. In een woning niet door mensenhanden gemaakt, zegt Paulus. In een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar geen smart meer zal zijn en waar al onze tranen worden gedroogd, zegt Johannes.

En er was nog een ander bijzonder vergezicht. Gezien door Ellen, de contactpersoon van zr. Frumentia. Toen zij bericht kreeg van de dood van zr. Frumentia was zij buiten in de natuur, ergens in Twente. En ze keek naar boven en de lucht was vol van ooievaars. De vogel van de geboorte, waar zr. Frumentia als kraamverpleegkundige haar werk van had gemaakt. Ooievaars behoren tot de trekvogels: op hun vlucht, zo zeggen oude verhalen, zouden zij de zielen meevoeren om geboren te worden en ook weer meenemen, terug naar huis, terug naar God.

Moge het zo zijn voor onze zr. Frumentia: dat zij nu thuis is, Boven bij God, geheeld, genezen en alles vergeven voor wat zij zichzelf aan fouten aanrekende. Dat voor haar de nieuwe hemel mag zijn aangebroken.

Go to top