“Naar U gaat mijn verlangen Heer.”
Psalm 25, vers 1

In de vrede van Christus is overleden onze beminde medezuster en tante

 

zr Willibrorda Bakker

 

Zuster Willibrorda

Anna Maria Bakker
Franciscanes van Aerdenhout

Geboren 30 september 1923 te Den Hoorn, Texel
Zij was 70 jaar lid van onze Congregatie.

    

                                                       

Overweging voor zr. Willibrorda

Donderdag een week geleden, vlak voordat ik naar huis ging, zag ik zr. Willibrorda nog buiten. Ze zat in haar wagentje, voortgeduwd door haar nicht en medezuster, zr. Felicitas. Niemand had kunnen bevroeden dat zij in de daarop volgende nacht van vrijdag op zaterdag zou komen te overlijden. Zo kwetsbaar is een mensenleven. Op diezelfde donderdag, zo vertelde zr. Felicitas, heeft ze haar medebewoners van de Tuinkamer nog getrakteerd. Dat wilde ze, zo had ze gezegd, nog een keer doen. En ja, misschien heeft ze iets voorvoeld. Misschien heeft een mens meer weet van haar naderende einde dan je denkt. Zr. Willibrorda stierf in het bijzijn van u, zr. Felicitas. Na de dood van zr. Symphorosa, met wie zr. Willibrorda veel samen was, werd u in het bijzonder haar zorgengel. U was bij haar in haar laatste nacht zoals u dat jaren terug ook was toen haar zus en medezuster zr. Marcelline stierf.

Zr. Willibrorda was een bescheiden vrouw. Ze was van een stille en luisterende aanwezigheid. Eerder terughoudend dan uitgesproken. Eerder haar licht onder de korenmaat zettend dan erop. Maar haar oog was gericht op haar medemensen, haar medezusters. Zij zag waar hulp nodig was en bood die ook. Ze bleef dat doen, ook toen ze naar de Tuinkamer verhuisde.

Zr.Willibrorda was bijzonder in haar eenvoud. Eenvoud in de zin van je nergens op willen laten voorstaan, je niet nodeloos op de voorgrond dringen. Ooit omschreef zij zichzelf als iemand met weinig talenten. Maar dat is niet waar. Talenten had ze zeker. Maar het ging bij haar niet om in het oog springende talenten, om talenten die de aandacht trekken. Met haar bescheidenheid, stille aanwezigheid en dienstbaarheid koos zij, in de Bijbelse betekenis van het woord, voor de weg van de onopvallenden. De onopvallenden zijn degenen voor wie de vraag wie het belangrijkste is, er niet toe doet. Want de vraag wie de belangrijkste, de hoogste is, kan ten diepste een levensbedreigende vraag worden. Overal waar mensen denken boven anderen te staan, superieur denken te zijn, vallen er in veel gevallen vroeger of later klappen. Zr. Willibrorda echter, was iemand die met haar talenten in alle eenvoud de weg bewandelde van de onopvallenden, de weg van de dienstbaarheid. Wij geloven dat zij daar in door God gekend is en gezien.

Zr. Willibrorda was een buitenmens, ze hield van de natuur. Ze hield van lucht, licht, wind en water. Haar Texelse afkomst zal daar niet vreemd aan zijn geweest. Daarom is het ook zo fijn dat een van de laatste dingen die ze deed de wandeling buiten was, samen met zr. Felicitas. De tekst die we zojuist hoorden uit het evangelie van Matteus was dan ook haar eigen keuze. Ze wilde dat bij haar uitvaart gelezen zou worden over de vogels in de lucht en de lelies op het veld. Er spreekt een zorgeloosheid uit, iets waar ze wellicht naar verlangde. Want haar leven was niet zonder zorgen en ook heeft ze weet gehad van kwetsbaarheid.

Maak je niet allereerst druk om eten, drinken en kleding. Maak je druk om het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid en de rest krijg je cadeau, zegt Jezus in dit evangelie. Met haar talent voor dienstbaarheid en hulpvaardigheid en zonder daar iets voor terug te vragen heeft zr. Willibrorda laten zien waar het in dat koninkrijk om gaat. En daarin is zij door God gezien en gekend.

In de eerste lezing uit het boek Genesis hoorden we dat God ons onaantastbaar leven belooft ‘opdat nabij de grens van dit bestaan een ieder zonder angst, opnieuw door aarde, water, lucht en vuur zou kunnen gaan. Opdat een ieder in een ander land, bevrijd van droefheid en pijn, zou worden herboren.

Het is een vergezicht dat hier beschreven wordt: van een land voorbij droefheid en pijn, waar wij herboren worden. Een vergezicht bestaat alleen bij de gratie van dromen, hopen en verwachten. En wat is een mens als zij niet meer verlangt, hoopt of verwacht? Dít vergezicht maakt gewag van een vermoeden van wat zou kunnen zijn. Een vermoeden van wat zou kunnen zijn voorbij het zichtbare. Zr. Willibrorda had haar vergezicht uitgedrukt in de woorden uit psalm 25: ‘Naar U gaat mijn verlangen Heer’.

De profeet Kahlil Gibran heeft dit verlangen ooit verwoord in termen ontleend aan de zee. De zee waar zr. Willibrorda zo van hield. Hij zei dit: ‘Wat is ophouden met ademen anders dan de adem bevrijden van zijn rusteloze eb en vloed, opdat hij onbelemmerd oprijst, zich ontvouwt en op zoek gaat naar God. ‘Naar u gaat mijn verlangen, Heer.’

Dat het zo mag zijn. Voor zr. Willibrorda en ooit voor ons allemaal.

                                                              

Go to top