“Ik heb toch in onschuld gewandeld,  
Ik heb toch vertrouwd op de Heer.”
Ps. 26:1

 

In de liefde van Christus is rustig ingeslapen onze beminde medezuster, zus en tante

 

 

zr irma

 

Zuster Irma

Ivonna Magdalena Blommaert
Franciscanes van Aerdenhout

 

 

 

Geboren 22 januari 1933 te Zierikzee.
Zij was 65 jaar lid van onze Congregatie.

                                                           

Overweging voor zuster Irma

Mijn eerste ontmoeting met zr. Irma was in 2010. Ik was hier net als pastor aangesteld. Ik kwam haar tegen, dwalend in de gang. En ze vroeg mij waar de kamer van de overste was want ze was de weg daar naar toe kwijt geraakt. En dat zou zo blijven. Want voor zr. Irma was de tijd van dwalen en verdwalen aangebroken.

Dit dwalen had bij haar zo zijn eigen vorm aangenomen. Zr. Irma had het onvoorstelbare vermogen om zinnen aan elkaar te rijgen waar je als buitenstaander geen touw aan kon vastknopen. Maar als je daar aan voorbij ging, zag je de persoon die zij nog steeds was. In haar volstrekt eigen wijze van communiceren maakte zr. Irma duidelijk dat zij een mensenmens was en dat zij, ongeacht haar situatie, wilde blijven participeren aan de gemeenschap. Dat was het belangrijkste signaal dat ze uitzond. Belangrijker dan het niet begrijpen van haar woorden.

Als je God wil zien, geef Hem dan te zien door voor elkaar zo goed als God te zijn. Woorden die we zo juist hoorden, uit het evangelie van Johannes. Daarvan heeft zr. Irma met haar leven, denk ik, iets zichtbaar gemaakt. En ze kon daar, en dat is nog niet zo lang geleden, hele mooie dingen over zeggen. Zo omschreef ze ooit wat voor haar thuis was. Je voelt je thuis, zei ze, als je iemand die hulp nodig heeft, helpt en als je zorg hebt om elkaar. Toen ze zich later minder goed kon uiten, bleek haar mensgerichtheid uit kleine gebaren. Zo zette ze ooit ( en ik vond dat zo mooi) de bloemen die op haar kamer stonden in de huiskamer van de Tuinkamer zodat iedereen er van kon genieten. Een klein gebaar waaruit aandacht en liefde sprak voor de mensen die haar omringden. En ontroerend was ook het moment waarop ze tegen haar medezusters van de Tuinkamer zei: ‘ik heb hier een rollator, die is van mij, maar die mogen jullie allemaal lenen’. Maar, zei ze, je moet ‘m wel op de plaats terug zetten. En dat laatste was voor de zusters van de Tuinkamer natuurlijk een lastige opgave! ‘Als je God wil zien, geef Hem dan te zien door voor elkaar zo goed als God te zijn. Zr. Irma heeft met haar leven iets van deze woorden tastbaar en voelbaar gemaakt. En ook toen ze begon te dwalen bleef ze op mensen gericht

Ze kon ook buitengewoon rake opmerkingen maken. We hebben veel en vaak met haar gelachen. Maar wat ze dan ook zei, je proefde altijd haar mildheid. Een van haar rake opmerkingen wil ik u niet onthouden. En die maakte ze nog niet zo lang geleden, mei vorig jaar, over zusters. Toen zei ze dit: ‘vroeger dacht ik dat zusters heilig waren maar er is wel heel veel mens bij gekomen’. Hoe mooi en mild is dat!

Zr. Irma heeft mij geleerd om op een andere manier te kijken naar mensen die te kampen hebben met dementie. In feite is zij een fantastische correctie op het gangbare beeld daarvan. Het idee dat het ook ons kan overkomen is voor velen een soort van nachtmerrie. Maar dat heeft alles van doen met het beeld dat wij voorgeschoteld krijgen. Vorige week zag ik hoe in het actualiteitenprogramma Nieuwsuur geprobeerd werd om de beeldvorming rond dementie te corrigeren door voorbeelden te laten zien van mensen die aan deze ziekte lijden maar waar levensgeluk en levenslust absoluut niet ontbreken. Wij hadden hier onze eigen zr. Irma die liet zien dat ook in deze situatie vrolijkheid en blijheid nog volop in haar leven aanwezig waren. En die waren er ook in haar herinneringen. Op de zondag na haar overlijden zei een van haar medezusters tegen mij dat zr. Irma het vermogen had om het goede uit haar verleden te herbeleven. Hierin speelde de herinneringen aan haar moeder een grote rol. Ze had vrijelijk toegang tot deze herinneringen die ze zo vaak en wanneer ze maar wilde kon oproepen en kon herbeleven. Ook dit droeg bij aan het feit dat ze meestal een blij mens was.

Ondanks haar traumatische ervaring, als Zeeuwse, met de watersnood van 1953. Zr. Jeannette heeft daar gisteren ook al iets over gezegd. De angst voor water waarin een groot gedeelte van de leerlingen met wie ze ooit in de klas zat, verdronk, heeft haar nooit verlaten en heeft haar levenslang bepaald. Als Zeeuwse had ze ook – ik noem het maar even een oecumenische achtergrond. Ook dat leidde soms tot hilarische antwoorden. Als ik haar kwam halen voor de wekelijkse samenkomst met alle zusters van de Tuinkamer, kon ze onverbloemd tegen mij zeggen ‘nee, met jou ga ik niet mee want wat jij doet is veel te katholiek. Ja, en de manier waarop ze dat zei, die was hartveroverend. En dan dacht ik, o ja, natuurlijk, zr. Irma is in Zeeland niet opgegroeid tussen uitsluitend katholieken.

Tot slot dit. In de eerste lezing hoorde we de zin: ‘Hij (God) is mijn thuis altijd. Een paar maanden geleden zei zr. Irma, tijdens een van die maandagochtend bijeenkomstenwaar ze dus wel bij was: God gaat met ons mee en straks mogen we thuis zijn bij Hem. Dat is het vertrouwen van waaruit zr. Irma heeft geleefd. Moge het zo zijn: dat zij nu thuis is, bij Hem, die zij op haar manier en met haar leven heeft gediend.

                                                                      

Go to top