Ik verwacht de Heer,
   ik wacht Hem
en vertrouw op Zijn belofte.”
(Psalm 130, 5)

Uitziend naar God is op de gezegende leeftijd van 106 jaar overleden onze beminde medezuster en tante

 

zr Lamberta BaltusZuster Lamberta van de Heilige Vijf Wonden

 

Afra Baltus

Franciscanes van Aerdenhout

 

Geboren 1 augustus 1910 te Oudorp

Zij was 83 jaar lid van onze Congregatie.

 

                                                                 

Overweging voor zr. Lamberta

Oud worden is iets anders dan oud zijn, vertelde zr. Lamberta mij, in een gesprek ongeveer drie jaar geleden. Ze maakte daarin een duidelijk onderscheid in oud wórden en oud zíjn. Ik denk dat ze zoiets wilde zeggen als oud worden is een proces en dat wordt afgesloten met oud zijn. En met dat laatste had ze moeite.

Ze kon ook aangeven waar voor haar dat moeizame zat. Ze zei dan: het leven is op, de verlangens zijn op en het lichaam is niet meer prettig. In feite is dit een prachtig geformuleerde samenvatting van haar situatie: het leven is op, de verlangens zijn op en het lichaam is niet meer prettig. Ja, en dan zóu de dood een uitkomst kunnen zijn. Maar zo eenduidig was het niet. Want ondanks alles leefde diep in haar het verlangen om er nog een tijdje te mogen zijn. Ik ben een mens van de dag, zei ze, maar toch hoop ik nog een poosje te leven. Dat was haar dilemma: het leven was op maar de drang tot leven was niet uitgedoofd. Daarom, denk ik, was het ook zo moeilijk voor haar om tot acceptatie te komen van haar situatie, om innerlijke rust en vrede te vinden met zichzelf. Het beeld van die worsteling was het altijddurende gevecht met haar kussentje dat nooit goed lag. De collega’s van de zorg weten er alles van. Het was dan ook goed om te horen van haar medezusters dat haar laatste week er een was van rust en overgave.

Als religieuze was zr. Lamberta gegrepen door de woorden uit het evangelie van Johannes: ‘als de graankorrel niet in de aarde sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort.’ Deze woorden werden opgeschreven door haar biechtvader ter gelegenheid van haar inkleding in mei 1935. En deze woorden, zo schrijft ze ergens, zijn haar altijd zeer dierbaar geweest. Ze rijmen met de woorden die Johannes daarna opschrijft: ‘wie zijn leven verliest behoudt het, wie zijn leven vasthoudt verliest het.’ Dat is een geheimzinnig Bijbels citaat. Want: hoezo kun je iets behouden als je het verliest en hoe kun je iets verliezen terwijl je het juist vasthoudt?

De Bijbelse verhalen beschrijven de zoektocht naar een levensweg die recht doet aan mensen, aan álle mensen. Er zijn vele manieren van leven die niet levensvatbaar zijn, die eindigen in een dood spoor. We zien het dagelijks in het nieuws. Maar doodlopende wegen kunnen opengebroken worden wanneer een mens zich barmhartig toont of vergevingsgezind of zich dienstbaar opstelt. En barmhartigheid, vergevingsgezindheid en dienstbaarheid zijn vormen van goedheid die merkwaardig genoeg verbonden zijn met het aanvaarden van onze dood en vergankelijkheid. Het aanvaarden van onze dood is het aanvaarden van onze eigen nietigheid. En daarmee is een aansporing gegeven om ons niet allereerst te bekommeren om ons zelf maar om onze evenmens. Waar wij vrij raken van onszelf ontstaat ruimte voor barmhartigheid, vergevingsgezindheid, dienstbaarheid. Dat werpt licht op dat geheimzinnige Bijbelse citaat: ‘Wie zijn leven verliest behoudt het, wie zijn leven vasthoudt verliest het.’

Zr. Lamberta heeft gekozen voor deze weg ten leven waarin zij vooral dienstbaar wilde zijn. Dienstbaar aan zieke en oude medemensen. En een extra uitdaging moet het voor haar zijn geweest om ook dienstbaar te zijn in haar functie van leidinggevende. Ze zal er ongetwijfeld mee geworsteld hebben. De echo van deze worsteling klonk nog steeds door als ze sprak over fouten die ze had gemaakt en die ze onder ogen wilde zien en over de dalen in haar leven die nodig waren voor de pieken om zo, zoals ze zelf zei, meer mens te worden.

Meer mens worden, op een weg ten leven die in het teken heeft gestaan van dienstbaarheid. Vanuit de woorden van de evangelist Johannes: ‘wie zijn leven verliest behoudt het, wie het vasthoudt verliest het. Zr. Lamberta wilde zich verliezen in dienstbaarheid en deze weg is zij, zoals ieder mens, met vallen en opstaan gegaan.

En nu is het leven dan toch eindelijk uit haar lichaam weggetrokken. Het leven dat ons ooit geschonken werd, trekt zich terug. We gaan ten onder aan de uitwendige mens, zegt Paulus in zijn brief aan de Korintiërs. Maar als ons aardse huis is afgebroken, heeft God voor ons, zo zegt hij, een woning die niet door mensenhanden gemaakt is. Hier wordt de sprong gewaagd van het feitelijke, onze sterfelijkheid, naar de verbeeldingskracht. Het leven dat ons ooit werd geschonken, trekt weg om terug te keren naar haar oorsprong. En die is voor ons verborgen. Maar wij vermoeden dat die oorsprong wortelt in goedheid en liefde. Zekerheid daarover kennen we niet, maar geloven, zei zr. Lamberta mij ooit, gaat niet over weten maar over verwachten. Wij mogen verwachten zr. Lamberta in deze oorsprong van goedheid en liefde geborgen is.

Go to top