Zr Jacqueline

Het licht van de morgen,

een hand zal ons wenken.”

(H. Oosterhuis)

 

 

 

 

 

 

 

 

In dit vertrouwen is heden overleden onze beminde medezuster, zus en tante

Zuster Jacqueline
Petronella Maria Remmerswaal
Franciscanes van Aerdenhout
 

Geboren 23 november 1927 te De Zilk.
Zij was 63 jaar lid van onze Congregatie.

                                                           

  

Overweging voor zr. Jacqueline

Verwacht maar toch plotsklaps. Zo abrupt was de dood van zr. Jacqueline. Op zondagmiddag had haar pianospel nog in het Atrium geklonken, een aantal uren later was ze er niet meer. En als gemeenschap, en dat geldt voor zowel de zusters als de medewerkers, word je dan opgeschrikt. En voor u, als haar familie, zal het niet anders zijn.

Zelf had ze er rekening mee gehouden dat het zomaar ineens kon gebeuren. Ze was tamelijk nuchter over het levenseinde maar ze vond het ook een beetje eng. En verwijzend naar haar broers en zussen die allemaal 80 + zijn, zei ze, ‘we weten dat het gaat gebeuren, maar’ voegde ze er aan toe met haar bekende gevoel voor humor: ‘ we geven elkaar graag voorrang’.

Met betrekking tot haar levenseinde had zr. Jacqueline zich al lang gerealiseerd dat je het meest bang bent voor dingen die waarschijnlijk toch anders gaan dan je het had voorgesteld. Zij was m.n. bang voor benauwdheid en afhankelijkheid. Het is haar Godzijdank bespaard gebleven. Afgelopen zondagavond zei ze, terwijl ze in de ambulance lag, tot twee maal toe:’ laat mij maar gaan.’ Ze moet dus goed beseft hebben wat er met haar op dat moment aan het gebeuren was. Ze vond het goed zo.

Zr. Jacqueline was een buitenbeentje. Ze was ín de gemeenschap maar niet ván de gemeenschap. Toen ze, ongeveer drie jaar geleden, om gezondheidsredenen terugkeerde naar klooster Alverna, was dat zowel voor haar als voor de gemeenschap hier een spannend gebeuren. Ze stond bekend als iemand die geen blad voor de mond nam en werd, mede door haar sterk ontwikkelde verbale vermogens, ervaren als ook grensoverschrijdend. Maar het was mooi om te zien hoe ze op háár tijd in het Atrium kwam voor de koffie, als de meeste zusters al weer weg waren. Dan schoof ze aan bij soms één zuster die er nog zat of bij een klein groepje, dat achterbleef. En zo van een afstand bezien waren dat geanimeerde gesprekken. Zo voegde ze a.h.w. in en uit de gemeenschap, op haar tijd en op haar eigen wijze.

Zuster Jacqueline was ook zúster Jacqueline. Ze had gekozen voor een leven als religieuze. Voor haar als jonge vrouw, waren zusters die vanuit liefde in het ziekenhuis werkten, een voorbeeld. Dát sprak haar aan. Maar toen ik haar drie jaar geleden leerde kennen, bleek haar religiositeit niet zo gemakkelijk aanwijsbaar. Die wordt vaak benoemd in wat wij in uiterlijke zin kunnen waarnemen zoals naar vieringen gaan of samen het brevier bidden. Maar daar werd haar religiositeit niet direct zichtbaar. Bij zr. Jacqueline moest je daarvoor vanuit een ánder perspectief kijken. Ik denk dat een aanknopingspunt voor dit andere perspectief, ligt in dat gegeven van buitenbeentje zijn. Ze zocht in haar werkend leven en als zuster hier in de gemeenschap naar mensen die, net als zij, enigszins aan de rand stonden. Ze had speciale aandacht voor medezusters die, meestal om gezondheidsredenen, niet meer zo actief aanwezig konden zijn in de gemeenschap. In haar jonge jaren nam ze deze zusters mee op vakantie en in haar tijd hiér bezocht ze hen.

Ze had een talent om contact te maken met mensen die het niet gemakkelijk hadden om hun weg te vinden. Zr. Jacqueline had een groot hart voor pubers, vaak niet de gemakkelijkste leerlingen. En ze opende haar hart voor woonwagenkinderen. En ook voor het omgaan met deze groep is een speciaal talent nodig waarover zij júist als buitenbeentje beschikte. En zij leerde ook van hen. Met heel haar gevoel voor humor vertelde ze ooit dat de woonwagenkinderen haar vocabulaire aanzienlijk hadden uitgebreid.

Voor mensen aan de rand, in verschillende situaties, had zr. Jacqueline hart. Daarin toonde zij, daarin lag haar religiositeit.

Met een hiernamaals hield zr. Jacqueline zich niet zo bezig. Ze geloofde dat al het goede dat mensen doen op een of andere manier behouden blijft in God. Én ze liet zich aanspreken door de visioenen uit de Schrift, in het bijzonder door de tekst uit de Apocalyps waarin gesproken wordt over een God die alle tranen droogt. Ze was alleen bang dat al haar broers en zussen dan zouden gaan lachen want vroeger was ze, zo vertelde ze, een huilebalk. Maar het visioen van een toekomst zonder rouw, geween en smart sprak haar aan. Diezelfde hoop klinkt in het verhaal uit Genesis: ‘Een ieder zal in een ander land, bevrijd van droefheid en pijn worden herboren.’

Dat het zo mag zijn. Voor haar en, ooit, voor ons allemaal.

                                                                    
Go to top